Shanties

Shanties zijn echte zeemansliederen.
Zeelieden zongen ze in vroeger dagen aan boord van de grote zeilschepen.
Meestal zijn ze vrolijk van aard, maar soms weemoedig.
Wel steeds met de nodige zelfkennis en (zelf)spot.

Samenzang maakte zware en langdurige arbeid lichter.
Voor het hijsen van de zeilen, bij het overstag gaan of gijpen en bij het pompen waren veel mensen nodig. Iedereen moest gelijk opwerken, anders ging het niet. Liedjes heten naar werk wat gedaan moest worden: haal-, pomp- of gangspil-liedjes.


Forebitters waren meer ballades.
Zittend op de bolders (bits) op het voorschip - vóór de fokkemast - zong de bemanning in de (spaarzame) vrije tijd over heel andere zaken. Over frivole belevenissen in een haven, over het afscheid van de familie bij vertrek, over heimwee of over krijgshaftige daden. En ook over ervaringen en misstanden op het schip: slecht eten, weinig drinkwater, misdragingen van de kapitein en van zijn officieren.


De meeste overgebleven shanties zijn Engels of Iers.
Maar omdat de bemanning vaak internationaal was, waren liedjes vaak ook (vreemd) internationaal. Een raar soort mengelmoesje van Engels, Duits en Nederlands.


Shanties_1

Shanties_2